ALOPECIA AREATA

kaleplekken

Hoe ontstaat het?

Alopecia areata wordt ook wel de ‘kale plekkenziekte’ of ‘pleksgewijze haaruitval’ genoemd, omdat ronde of ovale kale plekken ontstaan.
In principe kan de haargroei op het hele lichaam worden aangetast.

Alopecia areata behoort hoogstwaarschijnlijk tot de zogenaamde auto-immuunziekten. Dit wil zeggen dat er in het lichaam stoffen worden gevormd die het eigen lichaam aanvallen. Bij alopecia areata worden de haarwortelzakjes, meestal de haarwortelzakjes waaruit gekleurde haren groeien, aangevallen zodat deze (gekleurde) haren uitvallen.
De reden dat men denkt dat alopecia areata behoort tot de auto-immuunziekten is dat mensen met alopecia areata ook vaker last hebben van andere ziekten die gepaard gaan met stoornissen in het afweersysteem. Hierbij kan gedacht worden aan sommige schildklieraandoeningen, vitiligo (witte plekken op de huid) en allergieën als eczeem en astma.
Stressfactoren spelen waarschijnlijk een minder belangrijke rol. Of erfelijkheid een rol speelt is niet bekend, maar men ziet vaak bij ééneïige tweelingen dat ze beiden lijden aan alopecia areata. Ook blijkt dat bij ongeveer 10% van de patiënten alopecia areata in de familie voorkomt.

Hoe is alopecia areata te herkennen?

rond/ovale plekken
Alopecia areata begint plotseling en aanvalsgewijs op de behaarde hoofdhuid met ronde of ovale plekken. Meestal worden deze plekken niet in eerste instantie door de patiënt zelf maar door de kapper, een familielid of een kennis opgemerkt.

Alopecia areata is te onderscheiden van ander haarziekten omdat aan de rand van de actieve kale plek vaak de ‘uitroeptekenharen’ te zien zijn. kale plek meestal duidelijk begrensd Deze ‘uitroeptekenharen’ zijn slechts 3 tot 5 millimeter lang, donker van kleur aan het uiteinde, in verhouding breed aan de bovenzijde en dun en licht aan de hoofdhuidzijde. Opvallend is dat de kale plek meestal duidelijk begrensd is. Er is dan te zien waar de haargroei begint en waar deze ophoudt. Uit onderzoek blijkt dat er follikelopeningen aanwezig zijn waaruit het haar ontspringt en dat de hoofdhuid er normaal uitziet.
In ongeveer 10% van de gevallen treedt kaalheid op van de gehele hoofdhuid (alopecia areata totalis) of van het gehele lichaam (alopecia areata universalis). Vaak zijn dan ook de nagels aangetast.
In zeldzame gevallen is er sprake van een diffuse alopecia areata, die vaak samen gaat met een zeer snelle vergrijzing bij mensen met een gemêleerde haardos, omdat vooral de gepigmenteerde haren uitvallen. Men kan in zo’n geval denken dat men in één nacht grijs is geworden.
Alopecia areata tast op zich overige fysieke functies van het lichaam  niet aan. Men kan er net zo oud mee worden als mensen zonder deze aandoening.

Is alopecia areata te behandelen?

vergevorderd Het verloop van alopecia areata is grillig en niet te voorspellen. Spontane hergroei van het haar (meestal met ongekleurd, grijs haar) treedt in 20 tot 30% van de gevallen binnen 6 maanden op, in 40 tot 50% binnen een jaar.
De wens van de patiënt om tot behandeling over te gaan blijft meestal desondanks aanwezig. Wanneer de eerste plekken zijn genezen dan kunnen er weer elders op de hoofdhuid nieuwe plekken ontstaan.

Omdat alopecia areata hoogstwaarschijnlijk tot de auto-immuunziekten behoort, is het noodzakelijk om te onderzoeken of het lichaam ook antistoffen tegen andere delen van het lichaam (bijvoorbeeld de schildklier) maakt. Daarnaast kan een arts een aantal andere onderzoeken laten uitvoeren zoals een haarwortelonderzoek, een pluktest of een biopt.

Bij een haarwortelonderzoek mag het haar gedurende vier dagen niet worden gewassen. Na deze dagen trekt (plukt) de arts op één plek 50 haren uit de hoofdhuid om vervolgens te bepalen in welke fase (groeifase, rustfase, etc.) het haar zich bevindt.
Bij een pluktest neemt de arts een plukje haar van ongeveer 100 haren tussen duim en wijsvinger en trekt daar dan aan. Vervolgens wordt bekeken hoeveel haren er uit de hoofdhuid zijn getrokken. Wanneer meer dan 20 haren zijn uitgetrokken, wordt gesproken van een positieve haartest. Dit betekent dat de ziekte in een actief stadium is.
Bij een biopt wordt een stukje weefsel verwijderd voor microscopisch onderzoek.
Het is ongunstig voor het verloop van alopecia areata als:
    alopecia_areata_baard
  • De kale plekken ook voorkomen in de baardstreek, bij de wimpers of de wenkbrauwen.
  • De eerste kale plek ontstaat op de haargrens en zich verder bandvormig over de hoofdhuid of verder langs de haargrens uitbreidt.
  • De eerste kale plekken zijn ontstaan op jeugdige leeflijd.
  • Alopecia areata samengaat met andere auto-immuunziekten.
  • Ook de nagels zijn aangetast.
  • Alopecia areata in de familie voorkomt.
  • Het haarwortelonderzoek afwijkend is in een gebied met schijnbaar gezonde haargroei.

De behandeling van alopecia areata is persoonsafhankelijk. In de praktijk blijkt dat het moeilijk is vast te stellen of de hergroei spontaan ontstaat of door de therapie.
Er zijn verschillende behandelingen mogelijk, afhankelijk van leeftijd en ernst van de aandoening.

Gecombineerde behandeling

Op dit moment wordt door een aantal artsen een gecombineerde behandeling voorgeschreven, een behandeling waarbij zowel cignoline crème als minoxidil worden voorgeschreven. Het cignoline wekt een irritatie van de hoofdhuid op en men tracht hiermee de reactie tegen het eigen haarwortelzakje te vermijden. Het werkingsmechanisme van minoxidil is nog niet helemaal duidelijk, maar men vermoedt dat minoxidil de DNA-synthese in het haarwortelzakje kan bevorderen. Men denkt ook dat minoxidil het lokale immuunsysteem kan beïnvloeden waardoor het haarwortelzakje niet zo snel aangetast wordt.

Sensibilisatie therapie:
grote plekken Voor zeer grote kale plekken kan een zogenaamde sensibilisatie therapie (diphenylcyclopropenon-therapie) een uitkomst bieden. Ook diphenylcyclopropenon wekt een allergische reactie op waardoor de reactie tegen het eigen haarwortelzakje uitblijft. In principe blijft men allergisch voor diphenylcyclopropenon, maar deze stof is zodanig gekozen dat je er in het dagelijks leven niet mee in aanraking komt.

Ontstekingsremmers:
Soms worden bij alopecia areata ontstekingsremmende middelen voorgeschreven. Voorbeelden van ontstekingsremmers zijn corticosteroïden die vervelende bijwerkingen kennen zoals een dunner en gevoeliger wordende huid en onderdrukking van de bijnierschorsactiviteit.

Lichtbehandelingen:
Een lichtbehandeling kan tijdelijk haargroei geven, maar als de lichtstralen niet meer door de steeds voller wordende haardos op de hoofdhuid kunnen binnendringen, valt het haar meestal weer uit.

Haarwerk:
Een andere mogelijkheid is een haarprothese of een haarwerk. De ziekenfondsen en de particuliere verzekeraars hanteren hiervoor een vergoedingsregeling.

een illustratie van alopecia areata uit een antiek medisch leerboek

 

Alle behandelingen kunnen alleen de symptomen aanpakken. De ziekte zelf wordt dus niet genezen. De verschijnselen kunnen altijd weer terugkeren en kunnen zelfs door de behandeling heenbreken. Herstel is het eerst te merken aan het verdwijnen van de uitroeptekenharen, maar hergroei vindt niet altijd plaats.

 



Bron: Stichting HAARcentrum