PRUIKEN
[pruikenmaker]
Het dragen van pruiken is niet alleen een trend in het modegebeuren. In tegendeel de geschiedenis leert ons dat verschillende stijlen van pruiken altijd een belangrijke rol in de haarmode hebben gespeeld. Afhankelijk van het tijdperk, werden pruiken gedragen om de rijkdom of de belangrijkheid van de drager te bewijzen. Hoe rijker het tijdperk hoe excentrieker en pompeuzerder de kapsels gemaakt werden. Pruiken waren er ter bescherming van kou en regen maar ook tegen de zon. En ook werden ze gebruikt om indruk op de vijand te maken.
Er is zelfs een tijd geweest dat ze belangrijk genoeg waren om er belasting over te heffen.

Egyptenaren [4000 - 300 v.C.]

[oude Egyptische pruik] In de tijd van de Egyptenaren droegen niet alleen vrouwen maar ook mannen een pruik.
Een pruik werd gedragen als bescherming tegen de zon. Korte pruiken eventueel in lagen of lang met veel lagen in vlechten. Ook was in die tijd een pruik met boven op krullen en in de lengtes vlechtjes in. Ze droegen meestal zwarte pruiken maar ook pruiken in andere kleuren zoals: rood, groen en zelfs blauw werden gedragen. De pruiken in die tijd werden gemaakt van menselijk haar, wol of van de vezels van palmbladeren.
De pruik was van een ingenieuze structuur en nogal formeel in zijn voorkomen. Als men stierf werd de pruik mee begraven zodat ze in hun volgend leven ook goede haardagen zouden hebben.

Romeinse Keizerrijk [500 v.C. - 500 n.C.]

Gedurende de Romeinse tijd waren pruiken vooral populair onder vrouw- en. De meeste pruiken waren blond, o.a. gemaakt van het haar van slaven. Haarstukjes, soms gekleurd, werden toegevoegd om het volume van het haar te vergroten en daarmee het effect van het kapsel.
Ideeën voor haarstijlen werden vaak gegapt van de Griekse traditie en pruiken met vlechten werden gedragen.
[Romeinse Haarstijlen]

Middeleeuwen

In de Middeleeuwen verloren pruiken hun waarde. Het was gebruikelijk dat jonge vrouwen hun haar los droegen terwijl getrouwde vrouwen het bedekte met een sjaal of muts. Dit was een regel van die tijd die ook een teken was van een vrouw’s afhankelijkheid van haar echtgenoot. Alleen hij had het recht haar onbedekt te zien.

[Renaissance Haarstijl] Renaissance [1400 -1600]

Het was in het begin van de Renaissance dat het vrouwen- kapsel weer belangrijk werd en dus weer gezien mocht worden. Het was vaak opgestoken en daarbij maakte men gebruik van haarstukjes, vlechten en gouden kralen.

Barok

[Allonge Pruik - Barok] De Franse koning Lodewijk XIII verloor zijn haar al op jonge leeftijd. Gedurende zijn regering [1610-1643] werd de 'Allonge' pruik voor mannen ontwikkeld en werd daarmee een belangrijk deel van ieder kledingstuk. Deze pruik bleef in de mode tot 1720 waarna hij alleen nog gedragen werd door beroeps mensen zoals advocaten en dokters. Na 1740 droegen alleen rechters ze nog. Onder Lodewijk XIV nam het Franse koninklijk huis 48 pruikenmakers in dienst van de hofhouding.
[Haarstijl a 'La Fontange']
Een verrijking voor de wereld van haarmode na 1670 was de beroemde haarstijl van à la Fontange, genoemd naar de maîtresse van Lodewijk XIV. Veel variaties gebaseerd op het origineel werden gecreërd met hulp van haarstukjes en valse lokken.

Rococo

[vrouwen haarstijl - Rococo - 1720 - 1789] De achttiende eeuw was een bloeiende periode voor pruiken. Ze bereikte een enorme belang en werden aangenomen als status symbool door mannen en vrouwen.
De positie van de pruikenmaker stond in deze tijd net zo hoog aangeschreven als dat van een kunstenaar. Het is niet gek dat deze periode ook wel aangeduid wordt met de term Pruikentijd. In het begin hadden de pruiken een natuurlijke kleur maar aan het begin van de 18e eeuw kwam de witte pruik in de mode. Deze pruiken werden gemaakt van natuurlijk haar dat gebleekt werd met zoiets als chloor. Probleem hierbij was dat de pruik snel vergrijsden en daardoor vuil leek. Daarom werd de pruik met een dikke laag fijn gemalen zetmeelpoeder bedekt, geparfumeerd met o.a. lavendel of iriswortel. Later in deze periode werden de pruiken voornamelijk gemaakt van jakhaar. De originele kleur was natuurlijk wit en met de hulp van poeder werd het soms gekleurd in wit, blauw, geel of roze, maar meestal wit.

[vrouwen haarstijl - Rococo - 1750 - 1780] [vrouwen haarstijl - Rococo - 1750 - 1780] Speciaal van 1750 tot 1780 hadden kappers veel werk aan de bewerkelijke pruiken die soms wel 90 cm hoog waren. De pruiken waren zo groot dat het niet meer mogelijk was om er een hoed op te dragen. De hoed werd daarom onder de arm meegenomen of gewoon in de hand gedragen. Ook koetsen moesten hoger gemaakt worden om de pruiken bij het in en uit stappen niet te beschadigen. Vooral bij feestelijke gelegenheden werd de pruik tot in het absurde opgetuigd en versierd met kunstbloemen, medaillons, veren en soms met hele voorstellingen. Zee en landslagen werden vereeuwigd op deze grote maaksels welke veel werk opleverde voor de makers uit die tijd

[poederen] Rijke regenten lieten iedere dag de kapper langs komen om hun pruik op te zetten, te krullen en te poederen. Meestal had men daarvoor een apart pruikenkamertje. Vooral het poederen stoof ontzettend. Mevrouw en meneer hielden daarbij een soort grote tuutzak voor het gezicht om geen poeder op hun huid te krijgen. 's Nachts stond de pruik op een pruikenbol, eenvoudig van hout, of sierlijk van Delfts blauw of Meissen porselein. Maar soms werden ze ook s' nacht opgehouden omdat de draagster het niet zag zitten om elke avond het gevaarte af te zetten en het s' ochtends weer op te tuigen. De ongezonde, het natuurlijke haar volkomen afsluitende, pruik was slecht voor het haar. Veel heren, maar ook dames waren dan ook al vroeg volkomen kaal. Bij het naar bed gaan was dan ook vaak sprake van een volslagen onttakeling. Bijkomend voordeel van de pruik was dat kaalheid als gevolg van ziektes als syfilis bedekt kon worden.

De hoge kapsels werden verkregen door toevoeging van haarvullingen en pommade. Deze laatste werd gemaakt van appels, reuzel en bloemen olieën en doordat in de haren te smeren werd daar een verwarde massa van gemaakt, waardoor de pruik niet kon instorten. Wat weer muizen en andere insecten aantrok. Dus werden er rat bestendige kappen gemaakt van metaaldraad ter bescherming. Bijkomend voordeel van de pruik was dat kaalheid als gevolg van ziektes als syfilis bedekt kon worden. [bob pruik]

De meest populaire simpele pruik voor mannen was de 'bob' pruik, een kortere pruik die oorspronkelijk gedragen werd door handelsmannen die zich niet een lange pruik konden veroorloven. Deze pruiken werden ook veel gedragen in koloniaal Amerika en was ook de standaard pruik voor protestante geestelijken gedurende die eeuw. Katholieke geestelijken droegen een zelfde soort pruik maar met een ingemaakte kale kruin bovenop. Na 1720 kwamen meer korter pruiken in.

[tie pruik] [achterkant pruik] De 'tie' pruik wordt het gewoonlijk het meest geassocieerd met de 18de eeuw.
Maar men had ook de 'queue' pruik met een of meer vlechten achterop.
En de natuurlijke pruik met een lange, stijl of gekrulde achterkant.
Deze waren allemaal even populair.


[bag pruik] Ook de 'bag' pruik met een zwarte stoffen zak achterop vastgemaakt en met twee haarrollen aan beide kanten was toen populair.
In 1770 werd ook een simpelere pruik, de 'club' of 'Cadogan' pruik populair. Vanaf 1780 zette jonge mannen een trend voor natuur- lijk licht gepoederd haar. Na 1790 werden pruiken en poeder alleen nog gedragen door de oudere meer conservatieve man.

In 1795 werd er door de Engelse regering een belasting van een guinea (€ 3.40) per jaar geheven op de haarpoeder, welke de ondergang betekende voor de pruiken mode en haarpoeder in 1800.
In Frankrijk verdween, doordat beide geassocieerd werden met de aristocratie daar, tijdens de Franse Revolutie (1789 -1795) het gebruik van beide.

Biedermeier

Biedermeier Biedermeier Haarstukken werden weer gedragen rond 1820 en genoten wederom een grote popu- lairiteit. Het eigen haar werd strak rondom het eigen hoofd gelegd en daar tegenaan werden met zijlokken en op bloemen lijken- de haarlussen artistieke kapsels gecreërd.


Twintigste Eeuw

In het begin van de twintigste eeuw werden steeds meer losse haarstukjes gebruikt. Maar toen in 1920 kort geknipte kapsels mode werden was het ook daarmee gedaan.
Biedermeier In de zestiger jaren kwam de pruik weer terug, het was toen haast een 'moeten'. Pruiken werden niet alleen verkocht in speciaal zaken maar in elk warenhuis. Deze sterke vraag erna leidde speciaal in Azië (Zuid Korea) er toe tot industrialisatie van pruiken produktie. In deze voor de pruik hoogtij dagen werd intensief onderzoek gedaan op het gebied van synthetische haar productie. Waarna er na niet al te lange tijd pruiken van kunsthaar op de markt kwamen.

Sinds die tijd is het dragen van pruiken verminderd. Net als in de mode is ook de haarmode simpel en makkelijk. In het dagelijkse leven worden, op trendpruiken na, pruiken zelden nog gedragen behalve op modeshow’s, feesten of na een chemokuur.

Door de eeuwen heen is de productie van de pruik in principe niet veranderd. Het enige verschil met vandaag de dag zijn modernere technieken en materialen.
Hoe dan ook, het maken van pruiken voor de theater en film industrie is nog steeds op dezelfde manier als in vroegere dagen: door artistieke handvaardigheid.