KAPSELS IN DE 12e EEUW

1066-1100

[HAARDRACHT 1066 - 1100] Bijna totaal verborgen onder omvangrijke sjaals. Van het weinige dat te zien was kan je je voorstellen dat het met een scheiding in het midden was, de einden gevlochten in een rol in de nek. Daaroverheen werd dus een soort van sjaal gedragen welke over hoofd en schouders werd geslagen. Het was niet de bedoeling dat het haar zichbaar was.
Deze sjaals waren soms erg groot zodat ze ver over de schouders vielen. Rond de sjaal werd ook soms een hoofdband, haarnet of lint gebonden.
Lang onbedekt haar werd door jonge vrouwen alleen in de huiselijke sfeer toegestaan.

1100-1135

[HAARDRACHT 1100 - 1135] Na zowat honderd jaar van haarbedekking mocht het haar van de vrouw weer gezien worden. Tot nu kon ze bij wijze van spreken kaal zijn geweest, maar nu heeft ze extra haar nodig om toe te voegen aan haar vlechten zodat die dik en lang zullen zijn.
Deze vlechten werden aan het einde vastgemaakt met metaal of zijdedraad. Er kwam concurrentie tussen dames voor het hebben van dik en lang haar; Een enorme vraag naar kunsthaar kwam op gang. Vaak was er te weinig levering om aan de steeds grotere vraag tegemoet te komen. de uitvinding van zijden 'cylinder' die met een substituut voor haar werd gevuld, deze 'cylinder' werden vastgemaakt aan het eind van de vlechten om ze zo te verlengen. Op deze manier floriseerde deze haarmode, tot de gewone man (vrouw) middelen vond om ze te kopiëren. Toen vonden de "edele" dames het te gewoontjes om zo'n ding nog te dragen.
[HAARDRACHT 1100 - 1135] [HAARDRACHT 1135 - 1154] [HAARDRACHT 1135 - 1154]

1135-1154

[HAARDRACHT 1135 - 1154]

Het haar was een kwestie van groot belang en het werd zorgvuldig behandeld. Het werd gescheiden in het midden en dan gevlochten, soms werden er gekleurde linten mee gevlochten. Er werd kunstmatig haar aan toegevoegd om de vlecht te verlengen en werd op verschillende manieren vastgebonden.
Of het werd geplaatst in een strakke zijde cylinder, dat omhoog over half de vlecht vanuit het eindstuk kwam,met daaraan kleine kwasten had. Of er werd haar toegevoegd tot het bijna aan de voeten reikte, wat dan weer rondom met linten werd gebonden met aan het eind gouden of zilveren hangers.
Het haar hing in het algemeen naar beneden aan beide kanten van het gezicht, of soms naar achter langs de rug, als de wimple (hoofdbedekking met plooien) werd gedragen.

1154-1189

[HAARDRACHT 1154 - 1189] Rond deze tijd kwam de kin-band in de mode en opnieuw werd de glorie van het haar verborgen onder een hoofdbedekking.
Om het haar van een dame deze tijd te kappen moet het haar eerst uit worden geborsteld, en dan in twee delen worden verdeeld: deze moeten worden gevlecht en dan rond de bovenkant op het hoofd gebracht om vooraan boven het voorhoofd te worden vastgemaakt. [HAARDRACHT 1154 - 1189] De voorkant van haar moet keurig van het voorhoofd naar achter worden gebracht om een hoog voorhoofd te tonen.
Nu wordt een lap van linnen genomen, onder de kin gevouwen en over de bovenkant van het hoofd gebracht, en daar vastgestoken. Dan wordt een andere dunne band van linnen geplaatst om het hoofd en van achter keurig vastgemaakt. Over dat alles word een doek van fijn linnen gedrapeerd en zo geschikt dat het enkel de voorhoofd-band zal bedekken en over de schouders zal vallen. Deze laatste wordt vastgemaakt aan de kin-band en de voorhoofds-band met spelden.

Deze mode gaf al de opkomst aan van een linnen kap die later veel gebruikt zou worden; de voorhoofd-band werd vergroot en verstevigd zodat het een beetje van het hoofd afstond. En de wimple, in plaats van erover te hangen, werd er binnen in genaaid zodat het over de bovenkant van kap viel. Later werd de kap in plooien genaaid.

1189-1199

[HAARDRACHT 1154 - 1189]

De wimples waren stukken van zijde of wit linnen dat aan de voorkant van het haar door spelden vastgezet werd, en over het hoofd naar achter viel. Het haar werd los of opgestoken gedragen en verstopt onder zo'n losse sjaal.



[HAARDRACHT 1199 - 1216]

1199-1216

Het haar werd gevlochten en rondom het hoofd gebonden of hing los op de schouders. Over het haar werd een gorget gedragen die de hals en de kin bedekte. Over dat werd een wimple aan de gorget gespeld.


Mannen

1066 -1154

[HAARDRACHT 1066 - 1154] [HAARDRACHT 1066 - 1154]
Normandische haarstijlen zoals gezien op een Bayeux wandtapijt.
Korte kapsels waarbij soms de nekpartij totaal werd weg geschoren.



[HAARDRACHT 1066 - 1154]

Een haarmode aangenomen door de Normandiers na de invasie.
Wat vooral opvalt is de baard die in twee punten uitloopt.





[HAARDRACHT 1066 - 1154] Vroeg in de 12e eeuw. Het haar was verdeeld in twee scheidingen, van de top aan iedere kant van het voorhoofd, het midden naar voren gebracht.
De achterkant van het haar was lang en gekruld dmv hete beugels.


[HAARDRACHT 1066 - 1154] Rond 1100 was het voorhoofd of geschoren of kaal geplukt.
Het haar is gekruld met ijzeren beugels.
De baard is verdeeld in tweeen, met lange lokken op de bovenlip, gedraaid in punten met een kleverig preparaat.
s' Nachts werden deze baarden omsloten door kleine zakjes van zijde met daarin een zalf om ze in goede conditie te houden.


[HAARDRACHT 1066 - 1154] [HAARDRACHT 1066 - 1154] [HAARDRACHT 1066 - 1154]
Franse kapsels.
[HAARDRACHT 1066 - 1154]
Nog een Frans kapsel, zoals te zien waren korte en lange baarden in trek.

[HAARDRACHT 1066 - 1154]


                            Tijdens het bewind onder Henry I en Stephen.


1154 -1216

[HAARDRACHT 1154 -1216]
De kin is weer gladgeschoren, de haren halflang gegolft. En weer verdeeld in twee scheidingen, van de top aan iedere kant van het voorhoofd, het midden naar voren gebracht.



Scheren was in de 12e eeuw moeilijk, pijnlijk en werd dus niet vaak gedaan. De zeep van toen was niet doelmatig en de scheermessen welke leken op snijmessen en waarschijnlijk ook voor andere doeleinden werden gebruikt waren niet zo scherp. Zelfs het knippen van het haar was onaangenaam. De schaar bestond uit één stuk dat samen gedrukt diende te worden. Dus werd er tijdens het knippen waarschijnlijk ook aan het haar getrokken.